Voedingingsadviezen in een vroeg stadium van Parkinson

12 december 2011 | Voedingsondersteuning kan klachten bij de ziekte van Parkinson helpen verminderen. Belangrijk is o.a. de regulatie van de bloedsuiker, voldoende aminozuren en vitaminen B in de voeding om dopamine aan te maken en een bloedcontrole op voedingsallergie en/of voedselintoleranties.

James Parkinson, arts, geboren in Londen in 1755, beschreef in 1817 de shaking palsy [=schudverlamming] en definieerde het als een autonome ziekte. Later werden de door hem beschreven symptomen bekend als de ziekte van Parkinson.
De ziekte van Parkinson begint meestal op latere leeftijd tussen het 50e en 60e jaar. Bij deze leeftijdsgroep komt de ziekte voor bij ongeveer één op de 50 inwoners.

Circa 10 % van de patiënten is echter jonger dan veertig jaar. De ziekte wordt vooral gekenmerkt door een voortschrijdende stoornis van de motoriek, die het dagelijkse leven van de patiënten ernstig beïnvloedt en kan invalideren. De bekendste verschijnselen zijn tremoren, pijnlijke spierstijfheid, bewegingstraagheid, een starre gezichtsuitdrukking en lopen met schuifelende pasjes in voorovergebogen houding.
Neurologische aandoeningParkinson ontstaat door het afsterven van zenuwcellen in de middenhersenen. Deze zenuwcellen produceren de boodschapperstof dopamine. Tot nu zijn er alleen medicijnen die de symptomen van deze ziekte tijdelijk verminderen. De diagnose is voor de arts niet gemakkelijk te stellen, temeer daar ook andere ziektebeelden parkinson-achtige verschijnselen kennen.
De ziekte van Parkinson is niet dodelijk, de gemiddelde levensverwachting is vrijwel even hoog als die van mensen die de ziekte niet hebben. De ziekte is een neurologische aandoening.

Dopamine is een 'neurotransmitter', een boodschapperstof, die nodig is om de signalen door te geven van de ene hersencel naar de andere. We hebben allemaal dopamine in onze hersenen, maar mensen met Parkinson hebben er te weinig van. Daardoor wordt de aansturing van de spieren bemoeilijkt. Zodra er eenmaal parkinsonklachten zijn gaan ze niet meer weg. Door de jaren heen nemen de klachten toe. Spontaan herstel is niet mogelijk. De oorzaak van de ziekte is (nog) niet bekend; daardoor is genezing of voorkoming nog niet mogelijk. De medicinale behandeling is gericht op symptoombestrijding
Voedingsondersteuning bij ParkinsonVoedingsondersteuning kan klachten bij de ziekte van Parkinson helpen verminderen. Belangrijk is o.a. de regulatie van de bloedsuiker (voeding met lage glycemische loading), voldoende aminozuren in de voeding om dopamine aan te maken en een controle op voedingsallergie en/of voedselintoleranties. De meest bekende reacties bij Parkinson zijn; gluten en zuivel (bron; New optimum nutrition for the mind van Patrick Holford).

Dopamine is een van de meest kwetsbare neurotransmitters. Het dopaminegehalte kan worden aangetast door stress of slaaptekort. Alcohol, cafeïne en suiker lijken de dopamine-activiteit in de hersenen te beïnvloeden. Dopamine oxideert gemakkelijk, het eten van veel fruit en groenten beschermt tegen beschadiging door vrije radicalen doordat groenten en fruit rijk zijn aan antioxidanten.
Het dopamine systeemHet dopaminesysteem is actief als mensen met plezier en/of aandacht met iets bezig zijn. Alcohol, nicotine en drugs verstoren de dopamine balans. Suiker heeft een soortgelijk effect, omdat dit voor het lichaam dicht tegen alcohol aan ligt. Al de genoemde stoffen zorgen dat men snel verslaafd raakt.

De eerste paar keer dat dergelijke middelen gebruikt worden gaat het dopamine niveau omhoog, wat een zekere kick veroorzaakt. Na verloop van tijd gebeurt echter het omgekeerde. Het wordt dan steeds moeilijker om het dopamine niveau op peil te houden en een laag dopamine niveau heeft tot gevolg dat men zich niet prettig voelt. Voedingsbronnen  van tyrosine, het aminozuur voor de aanmaak van dopamine, zijn: vis, eieren, vlees, kaas, melk (-producten), avocado, noten en zaden, peulvruchten
Het verminderen of voorkomen van beschadiging van neuronenNeuronen in de hersenen kunnen worden beschadigd door vrije radicalen, toxines, zoals pesticiden en zware metalen en vrije radicalen, agressieve deeltjes die ontstaan bij roken, verminderde darmfunctie, ontregelingen in de suikerhuishouding en bij chronische infecties en ontstekingen. Onder invloed van deze toxines neemt de productie van dopamine af.

Onderzoekers van de universiteit van Miami vonden bij Parkinson-patiënten gemiddeld hogere concentraties van pesticiden en zware metalen dan bij gezonde mensen. Tekorten aan nutriënten zoals foliumzuur maken deze dopamine-producerende hersencellen gevoeliger voor schade.
Ondersteuning leverontgiftingEen deel van de mensen met de ziekte van Parkinson blijkt een verminderd vermogen te hebben om via de lever gifstoffen af te breken en af te voeren. Het gaat hier om een verminderde sulfaatconjungatie. Bij de sulfaatconjungatie maakt de lever door het aankoppelen van zwavel de gifstof wateroplosbaar en wordt de gifstof via de gal en nieren afgevoerd. Wanneer dit proces onvoldoende goed verloopt, ontstaan er toxines die de dopamineproducerende neuronen kunnen beschadigen.

Dr. Jeffrey Bland uit de V.S., een expert in leverontgifting, heeft goede verbeteringen gezien bij patiënten door de leverfunctie te ondersteunen met voedingsstoffen. Door zijn aanpak verbeterde de werking van de voorgeschreven medicijnen, verminderde de Parkinsonklachten en verbeterde het energieniveau van patiënten met beginnende Parkinson.

De sulfaatconjungatie wordt ondersteund door methionine, cysteine, vitamine B2, B6, B12, foliumzuur, zwavel, zink, selenium, koper, magnesium en molybdeen. Producten rijk aan deze voedingsstoffen zijn: uien, knoflook, kool, ei, cottage cheese, magere kwark, vis, bonen, noten en zaden.(mits u hier niet intolerant/allergisch voor bent).
VerteringsproblemenDe onderzoekers Geoffrey en Lucille Leader vonden dat veel Parkinsonpatiënten te weinig maagzuur en andere spijsverteringsenzymen aanmaakten. Hierdoor neemt de verteringscapaciteit af en worden er minder voedingsstoffen opgenomen. Daarnaast neemt de kans op een verhoogde productie van gifstoffen in de darm toe.

Deze toxines kunnen leiden tot beschadiging van neuronen, zoals hierboven beschreven. Via speciale ontlastingsonderzoeken kunt u laten onderzoek hoe de conditie van uw spijsvertering en darmmilieu is. Hierin wordt o.a. gekeken naar de vertering van eiwitten, vetten en zetmeel, conditie van de goede darmflora, aanwezigheid van schadelijke micro-organismen, productie van belastende stoffen door de darmflora en de afweer van de darmslijmvliezen.
Voldoende nutriënten nodig voor de aanmaak van dopamineVoor de aanmaak van dopamine en de verwante neurotransmitters adrenaline en noradrenaline zijn nodig: vitamine B6, B12, zink, foliumzuur, magnesium, mangaan, ijzer, koper, vitamine C. Rijk aan vitamine B zijn: volkerenproducten, bonen/ peulvruchten, noten, zaden, groenten, fruit, vlees, vis en ei. Rijk aan koper, mangaan, magnesium en ijzer zijn: groene groenten, noten, zaden, volle granen (bijvoorkeur glutenvrije zoals quinoa, gierst, zilvervliesrijst, wilde rijst, boekweit, amaranth, teff). Rijk aan vitamine C zijn: groenten en fruit.

De aanmaak van dopamine wordt o.a. gereguleerd door een proces dat methylering heet. Bij onvoldoende methyleringscapaciteit stijgt de hoeveelheid homocysteine in het lichaam. Bij onvoldoende methylering wordt er minder dopamine aangemaakt en raken de neuronen door ophoping van homocysteïne eerder beschadigd. Voor een gezonde methylering moet het lichaam beschikken over o.a. voldoende vitamine B6, B12 en foliumzuur. Via de (huis)arts kunt u het homocysteïnegehalte, vitamine B6, B12 en foliumzuur in het serum (bloed) laten bepalen.
Voedingssupplementen bij ParkinsonEr zijn een aantal voedingssupplementen die Parkinson klachten kunnen helpen verminderen. Diverse onderzoeken zijn er gedaan naar de effecten van voedingssupplementen bij Parkinson.
Co-enzym Q10 voor de mitochondriënVerschillende studies suggereren dat supplementen met co-enzym Q10 de progressie van Parkinson, vooral in de beginfase, kan afremmen. Co-enzym Q10 wordt in iedere lichaamscel aangetroffen. De vetoplosbare stof wordt ook wel ubichinon genoemd, wat vrij vertaald zoiets betekent als ‘overal aanwezig’. Co-enzym Q10 is nodig voor de energievorming in de celfabriekjes, de mitochondriën. Daarnaast is co-enzym Q10 een krachtige antioxidant en radicaalvanger, zorgt het mede voor het soepel houden van celmembranen en voorkomt het beschadiging van cellen.

Idealiter produceert het lichaam voldoende co-enzym Q10; daarnaast komt co-enzym Q10 in kleine hoeveelheden voor in allerlei (vooral dierlijke) voedingsmiddelen. De aanmaak van co-enzym Q10 kan onvoldoende zijn om de behoefte te dekken bij: ziekte, overgewicht, stress, medicijngebruik, en onvolwaardige voeding. Daarnaast door een aangeboren en verworven stoornissen in de aanmaak van co-enzym Q10.
Co-enzym Q 10 neemt af met de leeftijdBij iedereen neemt de lichaamseigen aanmaak van co-enzym Q10 geleidelijk af met het vorderen van de leeftijd. Het co-enzym Q10-gehalte in hartweefsel van ouderen (77-81 jaar) is maar 43% van het Q10-gehalte in hartweefsel van 19- tot 21-jarigen. Naast daling van de co-enzym Q10-synthese gaat veroudering gepaard met toename van oxidatieve stress en achteruitgang van de mitochondriale functie.

Organen en weefsels die veel energie verbruiken zoals hart, alvleesklier, lever, nieren, immuunsysteem, zenuwstelsel en spieren hebben een hoog gehalte aan co-enzym Q10. Deze structuren gaan als eerste minder goed functioneren als de aanmaak van co-enzym Q10 onvoldoende is en de cellulaire energieproductie daalt.

De mitochondriën in hersencellen van mensen met de ziekte van Parkinson functioneren niet goed en hebben een laag co-enzym Q10-gehalte. Suppletie met een hoge dosis co-enzym Q10 kan de progressie van de ziekte van Parkinson in het beginstadium tot 44% vertragen. Resultaat van suppletie is dat de cognitieve functies en motorische vaardigheden minder snel achteruit gaan.
Omega-3 vetzuren ondersteunen de prikkeloverdrachtVoor een gezonde hersenstofwisseling hebben de neuronen voldoende omega-3 vetzuren nodig. Omega-3 vetzuren ondersteunen de prikkeloverdracht onder invloed van dopamine en remmen de productie van ontstekingsbevorderende en neuronbeschadigende stoffen.
Ginkgo biloba voor een betere doorbloedingDit kruid is een sterke antioxidant en verbetert de doorbloeding van de hersenen. Het kan ondersteunen bij de aanmaak van dopamine. Aanbevolen dosering die vaak worden genoemd is twee maal daags 80 mg.
Brahmi (Bacopa monniera) bekend vanuit de AyurvedaDit Ayurvedische kruid wordt in de Ayurvedische geneeskunde voor diverse neurologische klachten en aandoeningen. Het is een sterke antioxidant en verbetert de doorbloeding in de hersenen. Het helpt de stemming en geheugen verbeteren. Aanbevolen dosering die vaak worden genoemd is twee maal daags 100-200 mg.
Parkinson en Mucuna pruriensMucuna pruriens is een plant waarvan bestanddelen deel uitmaken van tenminste 200 verschillende ayurvedische preparaten. Mucuna pruriens preparaten worden reeds honderden jaren gebruikt in de traditionele ayurvedische geneeskunde. Het preparaat heeft een duidelijke werking op diverse systemen voor overdracht van zenuwprikkels (neurotransmitter systemen), waaronder het dopaminesysteem.

In 2004 werden de eerste belangrijke behandelresultaten van een placebo-gecontroleerde klinische studie gepubliceerd. Het ging om de effecten van 15 en 30 gram van een preparaat van deze zaden bij patienten met de ziekte van Parkinson. Die resultaten waren bemoedigend. U kunt meer lezen over het gebruik van de Mucuna pruriens bij Parkinson op de site van www.iocob.nl.
Vitamine D is vaak te laag bij ParkinsonVitamine D is veel belangrijker dan we denken. Uit modern onderzoek blijkt dat vitamine D sterfte door hart- en vaatziekten kan verminderen, de kans op kanker en de kans op botbreuken kan verminderen en er zijn ook aanwijzingen dat vitamine D bij de ziekte van Parkinson een ondersteunende rol kan spelen. Er zijn neurologen die menen dat vitamine D tekort een rol kan spelen bij het tot stand komen van Parkinson. Aangezien we weinig in de zon komen, te veel achter de computer zitten, lijkt bloedcontrole op vitamine D (deze moet minimaal 80 nmol/l zijn) voor Parkinson patiënten belangrijk.  In de maanden januari, februari en maart is de vitamine D-spiegel gewoonlijk het laagst.
Alfa liponzuur geeft bescherming door voorkomen van te lage glutathionSchade door vrije radicalen wordt gezien als een cruciale factor in het ontstaan en verergeren van de ziekte van Parkinson. Er is sprake van een verlies van zenuwcellen in de substantia nigra in de hersenen. Een belangrijk verschijnsel dat optreedt in deze cellen bij het begin van de ziekte van Parkinson is verlies van de meest voorkomende antioxidant in het lichaam, glutathion (GSH). Omdat de cellen door dit GSH-tekort niet langer beschermd zijn tegen radicalen treedt er een verstoring op van de functie van de mitochondriën, de “energieleveranciers” van de cel.

Vooral de remming van de mitochondriën door de verhoogde radicalenbelasting leidt tot deze stoornis. Uiteindelijk sterft de cel. Onderzoek heeft aangetoond dat de cellen beschermd werden door R-alfa-liponzuur aan de cellen toe te voegen na wegvallen van GSH. Er trad veel minder verstoring op van de
mitochondriën. De voedingsstof R- alfaliponzuur biedt aanwijzingen voor een beschermende rol bij patiënten met de ziekte van Parkinson.
Phospholipiden (Phosphatidylserine) zorgt voor een goede hersenstofwisselingPhospholipiden in de celmembraan spelen een belangrijke rol in de functie van receptoren op de celmembraan, bij de communicatie tussen naburige cellen, de uitscheiding van neurotransmitters in de axonen van neuronen en de functie van direct achter de celmembraan gesitueerde enzymensystemen, zoals proteïne-kinase-C en ATP-ase die onder meer de homeostase van natrium/kalium en calcium/magnesium in zenuwcellen reguleren. Phosphatidylserine is voor het handhaven van deze homeostase essentieel. Phosphatidylserine komt in de membranen van alle cellen voor, maar is het sterkst geconcentreerd in de membranen van hersen- en zenuwcellen.

Phosphatidylserine is een voor het lichaam onontbeerlijke stof en beschikt vooral voor de hersenen over gunstige eigenschappen. Phosphatidylserine  zorgt op verschillende manieren voor een goede hersenstofwisseling. Onder meer bevordert deze veilige lichaamseigen stof de vorming en de beschikbaarheid van acetylcholine, een neurotransmitter die onder meer voor het geheugen belangrijk is.

Verder houdt Phosphatidylserine  de elasticiteit en de stabiliteit van hersencelmembranen in stand. Tevens bevordert f Phosphatidylserine de afgifte van de neurotransmitter dopamine. De stof speelt verder een belangrijke rol bij het door middel van apoptose (gereguleerd afsterven) opruimen van hersencellen die in een slechte conditie verkeren.
Fosfaatgroepen nodig om vitaminen B actief te makenDe fosfaatgroepen die uit phospholipiden kunnen worden vrijgemaakt, zijn van belang voor de synthese van energierijke verbindingen zoals creatinefosfaat, adenosinetrifosfaat (ATP) en guanosine-trifosfaat (GTP). Daarom zijn phospholipiden essentieel voor de energiehuishouding van alle cellen en weefsels in het lichaam. Ook de omzetting van de B-vitaminen thiamine, riboflavine en pyridoxine in hun biochemisch actieve co-enzymvorm (resp. thiaminedifosfaat, riboflavinefosfaat en pyridoxaal-5-fosfaat) is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende fosfaatgroepen. Bij diverse (erfelijke) stofwisselingsziekten en mogelijk ook bij Parkinson, kunnen omzettingen van de B vitaminen in hun co-vormen en andere fosforyleringsprocessen suboptimaal verlopen.

Phosphatidylcholine is één van de belangrijkste bronnen van choline voor de mens. Choline is een precurosor voor de neurotransmitter acetylcholine en een vooraanstaande donor van methylgroepen voor metyhyleringsprocessen. Acetylcholine is de voornaamste chemische drager van gedachten en het geheugen. Deze opwekkende neurotransmitter is belangrijk voor zowel de opslag als het gebruik van het geheugen, en deels verantwoordelijk voor het concentratievermogen.

In tegenstelling tot andere belangrijke neurotransmitters wordt acetylcholine niet opgebouwd uit aminozuren; de belangrijkste bouwsteen is choline. Choline is aanwezig in voedingsbronnen met een hoog gehalte aan lecithine, zoals lecithine granulaat, sojabonen, volle graanproducten en scharreleieren.

Zonder methyleringsprocessen kunnen bijvoorbeeld de DNA-synthese, genexpressie, regulatie van de celgroei, aanleg van myelinescheden om zenuwbanen, synthese van neurotransmitters en detoxificatieprocessen niet gerealiseerd worden.
Voedingstips bij gebruik van Parkinson-medicatieBij het gebruik van Parkinsonmedicatie zijn een aantal aandachtspunten rondom het gebruik van alcohol, eiwitten en supplementen.
EiwittenDe werking van medicijnen die L-Dopa bevatten wordt afgeremd door deze medicijnen bij eiwitbevattende maaltijden in te nemen. De aminozuren tyrosine, fenylalanine, valine, leucine, isoleucine, tryptofaan, methionine en histidine uit eiwitrijke producten remmen de opname van L-Dopa in de hersenen.

Wanneer u L-dopa inneemt, eet dan pas na minimaal 1 uur onderstaande voedingsmiddelen: vlees, vis, kip, ei, melkproducten, sojaproducten, glutenhoudende granen (tarwe, rogge, gerst, spelt) en producten hiervan. Wacht minimaal 2 uur na het eten van bovenstaande producten, voordat u uw L-dopa inneemt.
AlcoholGebruik geen alcohol wanneer u L-dopa gebruikt.
Vitamine B6Grote hoeveelheden vitamine B6 (meer dan 10 mg bij L-dopa en meer dan 50 mg bij de combinatie van levadopa/carbidopa) remmen de werking van de medicatie. Let dus goed op de vitamine B6 gehaltes in vitamine B complex en Multi-vitaminen. Met name of ze B vitaminen bevatten in hun actieve co-vorm. B vitaminen die niet in hun actieve co-vorm worden gesuppleerd hebben sterk de neiging de hoge waarden in het bloed te geven.

Heel vaak worden afwijkende hoge B 6 gehalten (soms tot wel waarde van 4500 nmol/l) in het bloed waargenomen. Vitamine B6 speelt echter een belangrijke rol bij de aanmaak van dopamine en het beschermen van de neuronen. Gebruik daarom vitamine B6 maar niet te veel. Regelmatige bloedcontroles bij aanvullingen met voedingsupplementen zijn daarom sterk aan te bevelen. Marijke de Waal Malefijt Food for the brain; Parkinson's disease

Boekentip

Literatuur en links:

M.C de Waal Malefijt en Tanja Visser. “Energieherstelplan”; uitgeverij Schors (2008). Boek over herstel van de lever.
M.C de Waal Malefijt. “Ik heb er mijn buik vol van”, uitgeverij Schors (2011). Boek over herstel van o.a. de vertering, darmmilieu en darmimmuniteit.
W. Duan et al. “Dietary folate deficiency and elevated homocysteine levels endanger dopamineergic neurons in models of Parkinson’s Disease. J. Neurochemistry, Vol 80, 202, pp. 101-10.
S. Hassin-Baer et al. “Plasma homocysteine levels and Parkinson’s disease. Disease progression, carotid intima-media thickness and neuropsyhiatric complications’. Clin Neuropharmacol, Vol 29(6), 2006, pp. 305-11.
R.B Postuma et al. “Vitamins and entacapone in levodopa-induced hyperhomocysteinemia: A randomized controlled study’. Neurology, Vol 6( 12), 2006, PP.1941-3.
l.M De Lau et al. “Dietary folate, vitamin B 12 and vitamin B 6 an de risk of Parkinson’s disease’.Neurology, Vol 67(2), 2006, pp 315-18.
L. Leader, Parkinson’s disease-The way forward (2001), p. 87. ‘Optimizing function by nutritional manipulation’, p. 145, ‘Liver detoxification and optimal liver function’, Helen Kimber.
J.S Bland and J.A Bralley, ‘Nutritional upregulation of hepatic detoxification enzymes’, J. Applied Nutrition, vol 4, 1992, pp. 3-14.
Newmark HL, Newmark J. Vitamin D and Parkinson's disease--a hypothesis. Mov Disord. 2007 Mar 15;22(4):461-8.
Evatt ML, Delong MR, Khazai N, Rosen A, Triche S, Tangpricha V. Prevalence of vitamin d insufficiency in patients with Parkinson disease and Alzheimer disease. Arch Neurol. | 2008 Oct;65(10):1348-52.
Kim JS, Kim YI, Song C, Yoon I, Park JW, Choi YB, Kim HT, Lee KS. Association of vitamin D receptor gene polymorphism and Parkinson's disease in Koreans. J Korean Med Sci. 2005 Jun;20(3):495-8.
Wang JY, Wu JN, Cherng TL, Hoffer BJ, Chen HH, Borlongan CV, Wang Y. Vitamin D(3) attenuates 6-hydroxydopamine-induced neurotoxicity in rats. Brain Res. 2001 Jun 15;904(1):67-75.
Holick MF. The vitamin D deficiency pandemic and consequences for nonskeletal health: mechanisms of action. Mol Aspects Med. 2008 Dec;29(6):361-8. Epub 2008 Sep 2.
Linnebur SA, Vondracek SF, Vande Griend JP, Ruscin JM, McDermott MT. Prevalence of vitamin D insufficiency in elderly ambulatory outpatients in Denver, Colorado. Am J Geriatr Pharmacother. 2007 Mar;5(1):1-8.
Di Monaco M, Vallero F, Di Monaco R, Tappero R, Cavanna A. Bone mineral density in hip-fracture patients with Parkinson's disease: a case-control study. Arch Phys Med Rehabil. 2006 Nov;87(11):1459-62.
Bharat S, Cochran BC, Hsu M, Liu J, Ames BN, Andersen JK. Pre-treatment with R-lipoic acid alleviates the effects of GSH depletion in PC12 cells: implications for Parkinson's disease therapy. Neurotoxicology 2002 Oct;23(4-5):479-86