Ons dagelijks brood: oorzaak van sluipend ziekten?

12 september 2010 | Steeds meer mensen komen tot de ontdekking dat ze granen niet goed verdragen. Gaat het dan om coeliakie waarbij gluten problemen geven of is er meer aan de hand?

Coeliakie: vroeger en nu Tien jaar geleden werd coeliakie beschouwd als een ziekte die relatief weinig voorkwam. Slechts bij 0,1% van de bevolking. Dankzij betere diagnostische technieken is dat cijfer intussen flink gestegen tot 1%. Men heeft altijd gedacht dat het een erfelijke ziekte is, maar deskundige vermoeden al geruime tijd dat er ook omgevingsfactoren bij betrokken zijn. Genoemd worden onder andere:

  • Het niet ontvangen van borstvoeding.
  • Gluten in baby (melk-)producten.
  • Verkoudheidsvirussen (deze moleculaire structuren lijken op gliadine, wat een bestanddeel van gluten is).
  • Onvolledige vertering van granen waardoor door ontstekingsreacties een zogeheten ‘lekkende darm’ kan ontstaan.
  • Dysbiose, wat inhoudt een tekort aan beschermende darmflora bacteriŽn en een teveel aan kwaadaardige, spruwachtige organismen zoals candida albicans.



Is er meer aan de hand? Amerikaanse allergiedeskundige dr. James Braly stelt dat misschien wel een vijfde van de gehele bevolking lijdt aan wat hij ‘gevoeligheid voor gluten’ noemt. Veel deskundigen vinden dat Braly, die zelf aan glutengevoeligheid en coeliakie lijdt, overdrijft.

Alarmerend is echter dat de immuunreacties op gluten volgens een stortvloed aan klinische studies, niet alleen in de ingewanden schade aanricht, maar overal in het lichaam schade kan aanrichten.
Ongeveer 10% van de bevolking maakt een antilichaam tegen het gliadine-bestanddeel van gluten aan en vertonen toch geen klassieke symptomen van coeliakie.
Dr. Alessio Fasano van de universiteit van Maryland zegt hierover: “Wereldwijd komt coeliakie buiten de ingewanden 15 keer vaker voor dan coeliakie Ūn de ingewanden.” Auto-immuunstoornissen door granen Uit klinische studies blijkt dat auto-immuunstoornissen zoals artritis, diabetes, leveraandoeningen, astma en bepaalde kankersoorten mogelijk iets met gluten te maken kunnen hebben. Anders gezegd: coeliakie vergroot de kans erop.
Marios Hadjivassiliou, verbonden als neuroloog aan het Royal Hallamshire Hospital in Sheffield vond bij patiŽnten met ‘neurologisch disfunctioneren’ zonder aanwijsbare oorzaak †bij meer dan de helft van hen antilichamen tegen gliadine in het bloed. Opmerkelijk was verder nog dat de meesten totaal geen ingewandsklachten hadden. Commentaar NDN Steeds meer natuurdietisten ervaren dat het aantal mensen dat geen tarwe en andere granen verdraagt telkens groter wordt. Het betreft niet alleen tarwe en gluten (tarwe, gierst, haver, rogge) maar ook†spelt, boekweit, rijst, amaranth e.d.
We zien een duidelijke relatie tussen graanintoleranties en o.a. de volgende klachten: vermoeidheid, diverse soorten huiduitslag, maag-darm-krampen, gewrichts- en spierpijn, hooikoorts, hoofdpijn/migraine, mondblaren, bloedarmoede, suikerspiegelschommelingen, astma, diarree, winderigheid, verstopping.
Gevoelige testen zoals de Imupro 300 laten zien dat meer granen verdacht zijn.

Gluten zijn dus het puntje van de ijsberg. We pleiten voor meer serieus onderzoek naar de relatie tussen voeding en allerlei klachten die in de gezondheidszorg nu medicinaal worden behandeld. Als dit dan ook door verzekeringen wordt vergoed, gaat het de goede kant op in de gezondheidszorg. Het biedt een goedkope manier voor mensen om hun gezondheid in eigen hand te nemen. Nog beter gezegd: ‘Elke bewuste hap door de mond maakt u weer gezond’

Downloads:

U vindt hier meer informatie over de effecten op de darmen.icon

Literatuur en links:

Referenties:
Curr Opin Rheumatol, 2006; 18: 101-107
J. Pediatr. Gastroenterol Nutr, 1995; 21:64-68
Am J Clin Nutr, 2002; 75:914-921
JAMA, 2005: 293:2410-2412
CSA/USA Conference, 7-9 oktober 1994
BMJ, 1999, 318: 164-167
J. Braly & R. Hoggan, Dangerous Grains. New York: Penguin-Putnam-Avery, 2002
Gastroenterology, 1999, 117: 303-310
Lancet, 2000; 356:399-400
Gastroenterology, 2005; 128, Suppl. 1:S79-S86
Arch Intern Med, 2003; 14: 163: 1566-1572
Arch Intern Med, 2003; 163: 286-292
J Neurosurg Psychiatry, 2002; 72: 560-563
BMJ, 2004; 328: 438-439
Am J Gastroenterol, 1999; 94; 839-843
Autism, 1999; 3:45-69
Pediatrics, 2001; 107: 768-770
Lancet, 1999; 353: 813-814
Acta Paediatr, 2000; 89: 140-141
Int Arch Allergy Immunol, 2004; 133: 168-173
Am J Gastroenterol, 2004; 99: 894-904
Lancet, 2003; 361: 2152-2154